Deze een-na-laatste les BV hebben we twee verschillende opdrachten behandeld.
1. Podcast
De eerste opdracht was het maken van een podcast met behulp van het beschouwen en kiezen van kunstwerken. Deze voorbereiding is belangrijk, je moet goed kijken wat je ziet, waar je aan denkt en wat het zou kunnen betekenen om het beeld te kunnen interpreteren. Op de iPad koos je in een groepje van vier personen een kunstwerk uit. Daarbij ging je een verhaal verzinnen. Door middel van een microfoon die aangesloten werd op de iPad waren de bijgeluiden uit het lokaal bijna niet te horen. Samen met Pauline, Rosanne en Marije koos ik voor een kunstwerk waar de jungle op afgebeeld was. We besloten er een educatieve podcast van te maken, door de luisteraar mee te nemen met de boswachter door de jungle. De boswachter (Marije) vertelde over verschillende dieren die in de jungle leven. Rosanne, Pauline en ik maakten de dierengeluiden en Pauline bediende de iPad.
2. Ecoline
Na het maken van de podcast gingen we aan de slag met ecoline, een totaal andere opdracht. Deze opdracht met ecoline was open en controleerbaar. Je moest een landschap gaan vormen. Met de kleuren, overgangen en vormen mocht je gaan experimenteren.
Lesdoelen
Je kunt 3 perioden in de beeldcultuur (klassiek, modernistisch en postmodern) beschrijven.
De klassieke beeldcultuur (tot 1860) kwam vanuit de Grieken en de Romeinen. In deze kunst staat het goddelijke erg centraal. Daarnaast wordt er realistisch geschilderd of gebeeldhouwd. Kunstwerken moesten dicht bij de werkelijkheid blijven. Er was weinig ruimte voor fantasie en interpretatie. De moderne periode (1860-1960) is een tegenreactie op de klassieke periode. Moderne kunstwerken moesten juist niet realistisch weergegeven worden. In plaats hiervan willen kunstenaars met grove kleuren en schilder-technieken gevoel overbrengen.De burgers hadden meer invloed op de beeldcultuur en waar er in de klassieke periode nog opdrachtgevers waren, was dit nu niet meer zo. De postmoderne periode kenmerkt zich door het vermengen van verschillende beeldculturen. Kunst staat in dienst van de consument en de beeldcultuur wordt gebruikt voor entertainment en om statements duidelijk te maken.
Je kunt 3 perioden in de beeldcultuur (klassiek, modernistisch en postmodern) beschrijven.
De klassieke beeldcultuur (tot 1860) kwam vanuit de Grieken en de Romeinen. In deze kunst staat het goddelijke erg centraal. Daarnaast wordt er realistisch geschilderd of gebeeldhouwd. Kunstwerken moesten dicht bij de werkelijkheid blijven. Er was weinig ruimte voor fantasie en interpretatie. De moderne periode (1860-1960) is een tegenreactie op de klassieke periode. Moderne kunstwerken moesten juist niet realistisch weergegeven worden. In plaats hiervan willen kunstenaars met grove kleuren en schilder-technieken gevoel overbrengen.De burgers hadden meer invloed op de beeldcultuur en waar er in de klassieke periode nog opdrachtgevers waren, was dit nu niet meer zo. De postmoderne periode kenmerkt zich door het vermengen van verschillende beeldculturen. Kunst staat in dienst van de consument en de beeldcultuur wordt gebruikt voor entertainment en om statements duidelijk te maken.
Je kunt een beeld onderzoeken en omschrijven waarop de betekenis van het beeld gebaseerd is.
Hoe lang je naar een beeld kijkt, des te meer ga je zien. Wanneer je met elkaar praat over het schilderij, je discussieert over wat je ziet en wat het kan betekenen, ontdek je verschillende invalshoeken in een kunstwerk. Hierdoor kun je uiteindelijk tot de conclusie komen wat een beeld betekent en dit ook onderbouwen.
Je kunt aan de vorm of inhoud van een beeld een open en controleerbare opdracht koppelen.
Dit kan, omdat je van tevoren kunt stellen wat voor soort eindresultaat je wilt zien van de kinderen. Wil je een schilderij? Een tekening? Een podcast? Dat maakt de opdracht controleerbaar. Het open gedeelte is dat je het kunstwerk op je eigen manier kunt interpreteren. Hierdoor kun je verschillende soorten output krijgen over hetzelfde kunstwerk.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten